|
De
tweede blik was buitengewoon de moeite waard. Want gisteren
was behoorlijk intensief. Zoals iemand zei: "Ik vind
het vermoeiend, deze Documenta. En dat komt omdat ik zo
weinig kunstenaars ken." En dat klopt. Buergel en Noack
zijn er in geslaagd om met veel verassende namen te komen.
Normaal gesproken zijn er veel meer 'grote namen', daar
ben je mee vertrouwd en die neem je dus ook sneller tot
je. Daarnaast daagt het curatorenteam je uit om actief dwarsverbanden
te leggen, om te achterhalen waarom welke keuzes zijn gemaakt,
wat de artistiek inhoudelijke relevantie is. En je moet
buiten je geijkte westerse blik denken, ook nog eens door
interventies uit het verleden of van artefacten die normaal
gesproken enigszins buiten de autonome beeldende kunst vallen.
Het Aue Paviljoen – zo hoor ik deze dagen regelmatig
verzuchten – is wat dat betreft een uitputtingsslag.
Daar lijkt geen einde aan te komen. Terwijl daar de crux
van de manifestatie het meest inzichtelijk wordt. Of misschien
juist wel daardoor.
Buergel
had van tevoren een aantal retorische vragen gesteld. Wat
de status van het modernisme is. Hoe wij omgaan met 'bare
life'. En de rol van 'art and education'. Kunst –
zo stelt de Zwitser – moet ons dingen leren. Op deze
Documenta uit zich dat in het doorgronden van structuren
die ten grondslag liggen van de gekozen werken. Ieder kunstwerk
– ook de toegepaste vorm – heeft een abstract
element in zich: een compositie, een vorm, een idee, een
concept. In het modernisme is die 'universele abstractie'
heel concreet gemaakt. Buergel neemt die erfenis gretig
als vertrekpunt, maar bevraagt haar ook meteen. En dan met
name de algemene (zelfs uniformistische) 'waarden' die in
het modernisme opgesloten zitten. En dan komen we vanzelf
ook bij 'bare life', de essentie van het leven, dat de modernisten
zo radicaal vorm wilden geven. 'Is modernity our antiquity?',
zo vraagt Buergel. Het 'antwoord' (dat nooit een sluitende
waarheid kan zijn) ligt in deze Documenta: modernisme heeft
met het uitvergroten van die abstracte kern van de kunst
in het algemeen te maken. En dat is zeker geen exclusief
westers fenomeen. Met voorbeelden uit de Arabische kalligrafie,
gewoven kledingstukken en Indiase miniaturen (te zien in
de verduisterde en geklimatiseerde ruimtes van Schloss Wilhemshöhe)
wordt snel aangetoond dat de essentie van het modernisme
eeuwen en culturen overschrijdend is.
Ook
een inhoudelijke Documenta als die van Buergel trekt vogels
van allerlei pluimage. Grappig zijn de ralleywagens van
David Roberts, twaalf in totaal, voor iedere Documenta-editie
één. Ze zijn beplakt met 'sponsorstickers'
met de namen van kunstenaars die te zien waren. Vanzelfsprekend
is de 'rijder' de samensteller. En het nummer, het jaartal
van die Documenta. Ze stonden keurig op een rij, voor het
Fridericianum. Op de Platz ervoor duiken performers op,
die hoogstwaarschijnlijk via de vijf-jaarlijkse media-aandacht
hopen door te breken. Maar voor serieuze performances moet
je toch echt binnen zijn. Bij Trisha Brown bijvoorbeeld,
waar in een touwennetwerk vol kleren drie danseressen een
prachtige balanceeract deden.
De
openingsdagen van Kassel lopen ten einde. In één
dag is het prima te doen, maar omwille van de toch wel handige
'tweede blik' is het aan te raden twee dagen te gaan. Nu
kijken of in Münster de projecten de moeite waard zijn.
|