|
Een
dag te vroeg in Münster. De persdag is zaterdag, dus
de organisatie was nog niet echt voorbereid. Gelukkig was
er wel een geïmproviseerd perstafeltje (zodat in ieder
geval de catalogus kon worden bekomen) én er was
een bus geregeld. Het leek voor 'vrienden', maar de lieden
van de pers die er waren mochten ook mee. En laat ik geen
georganiseerde-busreizen-mens zijn. Dus na de eerste stop
al de bus de bus gelaten en te voet verder gegaan, wel onder
dreigende regenbuien. Gelukkig is Münster niet zo groot,
dus met een fikse wandeling kom je een heel eind. Al blijft
de fiets het betere alternatief. En moesten de buitengebieden
met de auto.
Na
Venetië (mix van consumeerbaar' werk en kritische posities
over oorlog en geweld) en Kassel (intelligent inhoudelijk
vlechtwerk over vorm en representatie) gaat Münster
weer over hele andere zaken. Er is geen wezenlijk artistiek-inhoudelijk
vertrekpunt. Interessant is vooral hoe de kunstenaars hun
opdracht voor een werk in de openbare ruimte opvatten. Wat
dat betreft is Münster wel speciaal: de werken gaan
een wezenlijke interactie met de openbare ruimte aan. In
Nederland zijn we behoorlijk verwend met organisaties als
SKOR en Stroom, die buiten de geijkte beeldenvormen denken
en ook conceptuele voorstellen honoreren. In het buitenland
is dat vaak veel minder het geval. De tijdelijke conditie
van de gekozen projecten laat dat soort experimenten nu
wel toe. Al blijft er van iedere editie van Skulptur Projekte
Münster genoeg staan.
Hoeveel
blijkt in de installatie van Dominique Gonzalez-Foerster.
Zij maakte op een grasveld een soort Madurodam van de 'oude'
projecten die nog door de hele stad te zien zijn. Een openbaar
minimuseum, en tegelijk een knipoog naar de 'toeristische'
kant van Skulptur Projekte. Plus dat het een index is van
het soort openbare kunstwerken dat Münster binnen de
stadsgrenzen heeft. En daarmee ook over stedelijke condities
gaat.
De
ambities van Skulptur Projekte Münster lagen altijd
hoog. Vanaf het begin werd gewerkt met topkunstenaars. En
die wilden ook wel eens dingen die niet konden. Of veel
te kostbaar waren. Zoals Bruce Nauman. Die stelde in '77
voor een 'verzonken plein' op het universiteitsterrein te
maken. Toen kon dat niet gerealiseerd worden. Nu wel. Dus
in 2007 ligt het plein er. Dat zal vast iets te maken hebben
met de hoogconjuctuur op de kunstmarkt én het meer
uitstralende, economische effect van kunstmanifestaties.
Kort gezegd: kunst is populair en dan wordt er ook sneller
en meer in geïnvesteerd.
Er
is nog een werk dat geconcipieerd werd in '77 te zien in
deze editie: de caravan van Michael Asher. In de jaren zeventig
liet hij een toen hip model als een soort ‘fremdkörper’
in het Münstener straatbeeld opduiken, deze metafoor
voor een gedroomd bohemisch nomadisch bestaan. Sindsdien
staat de caravan er iedere editie van Skulptur Projekte.
In hetzelfde ritme op dezelfde plekken. Nu dus voor de vierde
keer. Daarmee is Asher de enige die aan alle edities deelnam.
Wat is
er verder te zien? Martha Rosler 'verzet' objecten van hun
vertrouwde plek naar een vervreemdende plek (zoals oude
kooien voor ongelovigen die normaal gesproken in een kerk
hangen en nu voor een modernistisch gebouw staan). Tue Greenfort
transformeerde een ordinaire giermachine tot spannende fontein.
Mike Kelly creëerde een 'Streichzoo' vlak bij het treinstation
op een binnenplaats achter een parkeergarage (waarmee hij
een totaal perifere plek tot genoeglijke plek maakt). Guillaume
Bijl toont een 'archeologische opgraving' van een kerkspits
in de buurt van het molenmuseum. Isa Genzken toont dapper
haar zeer fragiele assemblages in de openbare ruimte (totaal
contrair aan de 'wetten' die daar tegenwoordig voor gelden,
zoals hufterproefheid). Mark Wallinger spande een dunne
draad als een ononderbroken cirkel – van huis tot
huis - rondom grofweg de Altstad van Münster. En Thomas
Schütte realiseerde een maquette van een museum dat
hij eigenlijk al voor de editie van '87 had willen bouwen.
De Nederlandse Maria Pask opent een tentenkamp vol zomeractiviteiten.
Een soort 'sanctuary' van blijdschap. Aardig detail is dat
het kamp van Pask naast de 'sanctuary' van herman de vries
van een eerdere editie staat. Hij bouwde een cirkelvormige,
bakstenen 'vrijzone' waarin de natuur volledig zijn gang
kan gaan, zonder menselijke interventie. Via kijkgaten is
het groeiproces te volgen. Zo'n 'vrijzone' is
ook het tentenkamp van Pask.
Overigens werd er even miskaartgelezen op
weg naar Pask. Door iets te vroeg te stoppen, stuitte ik
wel in het park op een curieus oud kerkhofje, zomaar tussen
de bomen. Waar dan zomaar ineens Generallieutenant Freiherr
Roth von Schreckenstein (1789-1858) als een mannelijk sneeuwwitje
tussen het groen op een grafsokkel ligt. Dat soort toevalligheden
horen ook bij zo'n dwaaltocht door de stad en
vormen een alleraardigst intermezzo. Tot slot is er
Hans-Peter Feldmann. Hij heeft de openbare toiletten verbouwd
tot een soort luxe badhuis. Helaas, helaas, de deuren daarvan
gaan pas op de persdag open. Daarvoor ben ik écht
te vroeg. Een half openstaand raampje gunt echter wel een
gluur. En dan zie je onder meer een weelderige, felgekleurde
chandelier hangen. Dat belooft wat. Ook dit is een mooi
commentaar. Openbare wc's behoren tot de groezeligste plekken
van de stad. Feldmann gunt ze een onalledaagse allure.
En zo loopt ook Münster ten einde. Op
de navigator kan eindelijk het knopje 'thuis' worden aangetikt.
Terug naar de bloedjes van kinderen. Bijna 3000 kilometer
verder. Met één Biënnale (met sideshows),
een Documenta, een voettocht (en korte autorit) door Münster,
vier beurzen, vijf galeries en drie musea in het hoofd.
En met 11 gigabyte aan digitaal geheugen van deze grande
Grand Tour op de harde schijf van de computer.
|