Grand Tour 2007
 

Dag 2

Cheri Samba Gerhard Richter

Ik ben wat vroeg in Venetië. Dinsdagochtend al, meestal is dat of dinsdagavond of woensdagochtend. Alles is nog volop in opbouw. En alles is nog dicht. De sport is het terrein op te komen, voordat het echt mag. En dat is ook nu weer gelukt. Een beetje heimelijk verken ik het terrein. Aernout Mik is nog volop aan het inrichten in het Nederlandse paviljoen. Het wordt een prachtig totaalbeeld, waarbij op een ingenieuze manier architectonische constructies in het paviljoen zijn gebouwd, zónder het gebouwtje van Rietveld al teveel geweld aan te doen. Zijn archetypische video’s worden dit keer op heel dunne perspex platen getoond. Panelen met de voeten op de grond, zoals het hoort bij Mik. Over zijn installatie de volgende keer meer.
Een eerste snelle rondgang door de centrale tentoonstelling in het Italiaanse paviljoen – heeft die suppoost mij nou in de smiezen of niet? – is geen onverdeeld genoegen. ‘Venetië’ heeft een beetje een dubbelhartige positie in de internationale kunstwereld. Iedereen wil er zijn, maar iedereen klaagt ook over het gebrek aan nieuwe ideeën. ‘Venetië’ is bij uitstek een manifestatie ‘voor de markt’. De samensteller van dit jaar – Robert Storr – ontkent het in alle toonaarden, hij meldt zelfs in De Volkskrant dat hij de markt juist buiten de deur wil houden, maar al die mooie retoriek vervliegt, zodra je de eerste zalen van het Italiaanse paviljoen betreedt. Een installatie van Nancy Spero (leeftijd mag geen rol spelen, maar deze dame is echt uit het brandpunt van de aandacht verdwenen), Sigmar Polke (ai, ai, de grootte van een werk blijkt niet gelijk evenredig met de artistieke kracht daarvan, zeker wanneer het meer van hetzelfde is), Gerhard Richter (oef, ook bij hem staat de tijd 20 jaar stil), Jenny Holzer (een halfbakken poging om haar truisms van nieuw elan te voorzien), Giovanni Anselmo (in 1990 won hij al een Gouden Leeuw voor min of meer hetzelfde soort werk), het is niet wereldschokkend te noemen. Gelukkig zijn er in de diepere krochten van het Padiglione Italia – geen expositiegebouw ter wereld is labyrintischer - wat interessantere (en onbekendere) dingen te zien. Zo onbekend dat de nog niet aanwezige naambordjes hard nodig zijn. En dat is fijn. Zo steek je ook nog eens iets op. Het is te hopen dat die laatste lijn ook zal domineren bij de rest van Storrs eigen presentaties (behalve in het Italiaanse Paviljoen ook in de Arsenale). Voor het rijtje marktmastodonten bij de ingang zijn we niet naar Venetië gekomen.
De weldadige rust in de Giardini is een stilte voor de storm die de komende dagen komen fors zal waaien. Het evenement is – ook nog eens in combinatie met de Art Basel, de Documenta in Kassel en Skulptur Münster – inmiddels een absolute must voor de kunst-intimi, wat garant staat voor heel veel bezoek. En dat terwijl tien jaar geleden de Biënnale een bijna aftands, zielloos bestaan leed. Het was de inmiddels overleden Harald Szeemann die er in 1999 weer pit in bracht. Aan hem is een hommage gewijd op het terrein van de Arsenale. Die komt echter de komende dagen wel. Dan ook Tracey Emin bij Groot-Britannië (gaan we een nieuwe impuls in haar oeuvre zien?), Sophie Calle bij Frankrijk en Isa Genzken bij Duitsland. Eerst zorgen weer het terrein van de Giardini op te komen. Want ook de woensdag is officieel nog persmuskieten-vrij. Dan mogen eerst de grote verzamelaars langs schuifelen voor hun ‘first pick’…

Giovanni Anselmo Bruce Nauman
Raymond Pettibon Sigmar Polke
Nancy Spero Alice Walker
Lawrence Weiner

Tekst en foto's : Robbert Roos