Grand Tour 2007
 

Dag 3

Het lukte! Hoewel de persafdeling van de Biënnale reuze streng is dit keer – perspassen worden nu écht pas uitgereikt op de persdag zelf – komen we toch de Giardini in. En dat is fijn, want nu was het heerlijk rustig. De openingsdagen zijn altijd zeer hectisch, waardoor opstoppingen ontstaan bij de paviljoens en meer van dat soort ongemak. Hoe fijn het is, blijkt bij het Duitse paviljoen. Hier mogen maar 25 mensen tegelijk binnen zijn en dat staat garant voor lange rijen. En die konden vandaag vermeden worden. In het paviljoen pakt Genzken uit met een reeks assemblages waarin ze helemaal ‘los’ gaat. Balancerend op de grens van esthetiek en anti-esthetiek biedt ze de kijker een wondere wereld ‘from outer space’. Astronauten hangen aan het plafond, maar er is ook de dreiging van verlies en dood, met groteske skelet-figuurtjes en knuffelaapjes die hangen aan een strop. We zijn op reis bij Genzken, zoveel is duidelijk, getuige een reeks koffers die zijn opgetuigd met plakaten en opgezette dieren. Het is niet makkelijk om grip te krijgen op dit universum van de Duitse, maar hoe langer je ronddwaalt hoe fascinerender de installatie wordt.
Zweef je bij Genzken ergens tussen hemel en aarde, bij Tracey Emin in het Britse paviljoen kom je regelrecht in de hel van de liefde terecht. Houten staketsels in de entree lijken het eeuwige vuur te symboliseren (of branden in de hel). In kleine monotypes tekent Emin haar seksuele observaties van zich af. Neonteksten en borduursels geven een kader aan de tekeningetjes. Het oogt allemaal vrij lieflijk, maar ondertussen schrijnt het venijn van onvolkomen liefde.
Datzelfde is het geval bij Sophie Calle in het Franse paviljoen. Zij ontving ergens begin dit jaar een email waarin haar geliefde de relatie opzegde. Dan kun je twee dingen doen: of je gaat stilletjes thuis verdriet zitten te hebben, of je deelt het met de wereld. En dat laatste doet Calle, in de haar gebruikelijke ‘documentaire’ stijl. Ze vroeg 107 vrouwen om te reageren op de brief. Sommigen deden dat vanuit hun professie – vertaalster, seksuologe, psycho-analyticus, politie-agente – anderen vanuit hun persoonlijke beleving en ervaring. Ze stuurden allen een brief terug aan Sophie Calle. De reacties gaan vergezeld van foto’s van de dames en video-opnames. Een heel sterk en indringend werk.
De drie kunstenaressen vormen een blok van paviljoens aan het einde van een laan in de Giardini. Een heel krachtig trio.
Nederland stelt hier een man tegenover: Aernout Mik. Hij heeft op een subtiele, maar effectieve manier, het paviljoen van Rietveld verbouwd. Bij de ingang en op drie andere plekken bouwde hij half-open ‘cellen’ uit een asielzoekerscentrum. Het is een wonderlijke combinatie: de modernistische strengheid van Rietveld met de rudimentaire, extreem facilitaire containercellen die de dagelijkse praktijk zijn in de asielwereld. Op video’s door het paviljoen impressies van vluchtelingensituaties: zowel het aanspoelen van dode gelukszoekers op de Spaanse stranden als het lamlendige gehang in de centra en doorgedraaide mensen in de fuik van ‘het systeem’. Het is Mik ten voeten uit. Niet wezenlijk vernieuwend, wel krachtig en goed.
Genzken, Emin, Calle, Mik. Ieder op hun eigen manier doen ze iets met de ‘hades’. Bij Genzken is het de verzinnebeelding van een ongrijpbare tussenwereld, bij Emin is het de hel van de liefde & seks, bij Calle is het een machteloos vacüum van een verloren relatie en bij Mik de trieste realiteit van statenloze burgers in Europa.
Morgen de Arsenale om een completer zicht te krijgen op de intenties van Robert Storr. Na de eerste niet zo positieve indruk van gisteren in het Italiaanse paviljoen, bleken er nu toch ook interessante bijdragen te zijn. Dat beeld zal in de Arsenale completer worden.

Tekst en foto's : Robbert Roos