|
Een Biënnale-bezoek heeft een helder
ritme: eerst de Giardini, dan de Arsenale en dan de rest
van de tentoonstellingen in de stad. En die 'rest' is nog
een pittige hoeveelheid met inmiddels zo'n 50 sideshows
van oost tot west en van zuid tot een beetje noord. Doordat
de Giardini vol is wat 'vaste' landenpaviljoens betreft,
zoeken veel landen hun heil in palazzi, kerken en instituten.
Heel erg vrolijk word je er vaak niet van. Veel is conceptueel
heel mager, beeldend zwak of zelfs ronduit onder iedere
maat. Zelfcensuur is het moeilijkste dat er is. Toch pik
je natuurlijk wel wat op her en der. Luxemburg is aardig
(subtiele, decoratieve architectonische ingrepen in een
oud huis). Ierland is fantastisch met heel mooie films van
Willy Doherty waarin hij de tristesse van het Noord-Ierse
conflict op een niet-clichématige manier weet te
vangen (een rode draad in zijn oeuvre). Wales is prachtig
met weerbarstige schilderijen van Merlin James die zijn
taferelen laat hangen in de schemerzone tussen figuratie
en abstractie én een mooie sculpturale installatie
van Richard Deacon (ooit geboren in Wales). En bij Australië-op-locatie
heeft Callum Morton een intrigerende ruïne in de achtertuin
van het Palazzo Zenobio gebouwd, die binnen een vlekkeloos
schone lifthal blijkt te herbergen. Sterk is ook het Oekraïense
paviljoen waar een internationaal gezelschap in meedoet:
Mark Titchner, Sam Taylor-Wood, Sergej Bratkov, Boris Mikhailov,
Jurgen Teller, die allen met interessante presentaties kwamen.
Het kan dus absoluut.
Steeds meer zijn er presentaties van losse
initiatieven, die hun toevlucht zoeken op de mooiste, maar
soms ook vaagste plaatsen. Het voordeel: je komt in delen
van de stad waar de argeloze toerist niet (of nooit) verzeild
raakt. En dat is heel prettig. Plus dat je al die fascinerende
gebouwen van binnen kunt beloeren. Gelukkig heeft Artnet.com
een prachtig kaartje laten drukken (veel helderder dan de
officiële Biënnale-kaart voor het bijprogramma)
waar de locaties vrij nauwkeurig op staan, alleen kronkelen
de grachtjes en steegjes soms toch net even iets anders,
zodat flink zoeken onvermijdelijk is.
Maar dan vind je ook wat! Een solo van Jan Fabre bijvoorbeeld,
met zijn mix van zelfgecreëerde dieren, wassenpoppen
van hemzelf en allerlei andere attributen die in Fabre's
geheel eigen universum figureren. Een oud paleis is daarvoor
een ideale 'backdrop'. Misschien zelfs wel iets té.
Fabre's landgenoot Axel Vervoordt (kunsthandelaar) zag het
ook wel zitten om de setting van een oud palazzo - het fameuze
Palazzo Fortuny - te gebruiken voor een uitstalling van
zijn waar: schilderijen van 20ste eeuwse meesters, oude
beelden, wonderkamer-artefacten, eigentijdse kunst, oude
schilderijen en niet-westerse objecten. Een ratjetoe, maar
wel een vrolijke ratjetoe in een duizelig-makende opstelling.
Dat zijn het soort exposities waar mensen van gaan fluisteren:
die móét je gezien hebben
Oekraïne
is overigens ook zo'n geval. De expo van Vervoordt ligt
ook heel handig dicht bij Fabre, die op zich al een aanrader
is.
Damian Hirst had eveneens een eigen presentatie.
Van de dood verschuift zijn aandacht steeds meer naar religie
(waar de dood niet ver uit weg is). In een iets (te veel)
esthetische presentatie presenteert hij een aantal archetypische
objecten: het kruis, de schedel (vanitas-motief bij uitstek),
het doorboorde hart (in dit geval met scheermesjes en injectiespuiten)
en een uitvergrote, marmeren paracetemol-pil. De objecten
hebben een eigen schoonheid en dus beeldende kracht, maar
zijn diagrammen vol ingewikkelde pillen-structuren (metaforen
voor de apostelen) zijn toch echt te gelikt.
Ook Thomas Demand had een solo: bij Fondazione Prada op
het eilandje van de Santa Maria Magiorre (ideaal idyllisch
gelegen récht tegenover het Dogenpaleis). Zijn fotografische
registraties van uit papier opgebouwde werelden kennen we
nu wel. Spectaculairder is een enorme maquette van een grot,
gebouwd met karton. Een waanzinnige 'stageset'. Speciaal
is dat Demand zijn research voor de grot bij de installatie
toont. Vooral heel veel ansichtkaarten, maar ook boeken
en andersoortige plaatjes. Een mooi project.
Kunstenaars trekken in tijdelijke ruimtes
tijdens de Biënnale, maar ook de musea in Venetië
pikken gedurende het evenement graag hun moment. De Fondazione
Bevilacqua had Richard Hamilton in petto met fotocollages
cq schilderijen met vrouwelijke 'engelen', geïnspireerd
op werk van beroemde kunstenaars. Geen goed werk. Te anekdotisch
en veel te bedacht.
Museo Correr pakte wel goed uit met een solo van de 'oude'
Italiaanse transavantgardist Enzo Cucchi. Een zeer goede
selectie, die weer even laat zien dat deze expressief/figuratieve
schilderkunst zo'n dertig jaar geleden toch wel heel erg
vitaal was.
Waar veel mensen naar uitkeken was de collectie Pinault
in het Palazzo Grassi. Deze Franse verzamelaar - eigenaar
van Christie's en een zwik luxe kledingmerken en parfumlijnen
- is min of meer weggepest uit zijn eigen Parijs en streek
neer in Venetië. Met een absoluut prachtige collectie,
al is die deels wel met 'de oren' gekocht (who's hot and
who's not, I'll buy who's hot). Toch mag het er zijn: installaties
van Urs Fischer, Mike Kelly en Rudolf Stingel die buitengewoon
overtuigden. Pinault koopt vast weer van alles tijdens de
Biënnale, maar dit soort kwaliteit zag je in bijvoorbeeld
de Arsenale veel te weinig. Helaas hangt er niet een heel
fijn sfeertje in het museum, met vrij lomp en bot personeel
dat je met zulke argusogen bekijkt - U mag niet fotograferen!
- dat het zelfs wat intimiderend is.
Loop je dan zo door de stad van locatie
naar locatie, dan kom je tijdens de openingsdagen ook nog
speciale happenings tegen, zoals een performance van Vanessa
Beecroft op de visafslag bij de Rialto-brug. 'Save Darfur'
was de heldere titel. We zagen zwart geschminkte modellen
die in 'bloed' lagen, als 'aangespoelde zeehondjes', zoals
een collega het uitdrukte. Het wachten is op de foto's van
VB.
En dan is er uiteraard feest. Zeker de Belgen weten wel
hoe je dat aan moet pakken. In een Beach Club op het Lido
had Jan Fabre geregeld dat de Belgische band Zita Swoon
zou spelen. Dat was buitengewoon wervelend en intens. En
zéker wervelender dan de chaotische DJ die daarna
achter de draaitafel plaats mocht nemen.
Uiteindelijk klonk tenslotte in het holst van de nacht 'This
is the end
'. Een metaforisch einde, voor een mooi
feest en het tweejaarlijkse openingsbezoek aan de Biënnale
van Venetië. Op naar Zürich!
|