Grand Tour 2007
 

Dag 5

Callum Morton Callum Morton Damien Hirst
     
Damien Hirst Axel Vervoordt Jan Fabre
 

Een Biënnale-bezoek heeft een helder ritme: eerst de Giardini, dan de Arsenale en dan de rest van de tentoonstellingen in de stad. En die 'rest' is nog een pittige hoeveelheid met inmiddels zo'n 50 sideshows van oost tot west en van zuid tot een beetje noord. Doordat de Giardini vol is wat 'vaste' landenpaviljoens betreft, zoeken veel landen hun heil in palazzi, kerken en instituten. Heel erg vrolijk word je er vaak niet van. Veel is conceptueel heel mager, beeldend zwak of zelfs ronduit onder iedere maat. Zelfcensuur is het moeilijkste dat er is. Toch pik je natuurlijk wel wat op her en der. Luxemburg is aardig (subtiele, decoratieve architectonische ingrepen in een oud huis). Ierland is fantastisch met heel mooie films van Willy Doherty waarin hij de tristesse van het Noord-Ierse conflict op een niet-clichématige manier weet te vangen (een rode draad in zijn oeuvre). Wales is prachtig met weerbarstige schilderijen van Merlin James die zijn taferelen laat hangen in de schemerzone tussen figuratie en abstractie én een mooie sculpturale installatie van Richard Deacon (ooit geboren in Wales). En bij Australië-op-locatie heeft Callum Morton een intrigerende ruïne in de achtertuin van het Palazzo Zenobio gebouwd, die binnen een vlekkeloos schone lifthal blijkt te herbergen. Sterk is ook het Oekraïense paviljoen waar een internationaal gezelschap in meedoet: Mark Titchner, Sam Taylor-Wood, Sergej Bratkov, Boris Mikhailov, Jurgen Teller, die allen met interessante presentaties kwamen. Het kan dus absoluut.

Steeds meer zijn er presentaties van losse initiatieven, die hun toevlucht zoeken op de mooiste, maar soms ook vaagste plaatsen. Het voordeel: je komt in delen van de stad waar de argeloze toerist niet (of nooit) verzeild raakt. En dat is heel prettig. Plus dat je al die fascinerende gebouwen van binnen kunt beloeren. Gelukkig heeft Artnet.com een prachtig kaartje laten drukken (veel helderder dan de officiële Biënnale-kaart voor het bijprogramma) waar de locaties vrij nauwkeurig op staan, alleen kronkelen de grachtjes en steegjes soms toch net even iets anders, zodat flink zoeken onvermijdelijk is.
Maar dan vind je ook wat! Een solo van Jan Fabre bijvoorbeeld, met zijn mix van zelfgecreëerde dieren, wassenpoppen van hemzelf en allerlei andere attributen die in Fabre's geheel eigen universum figureren. Een oud paleis is daarvoor een ideale 'backdrop'. Misschien zelfs wel iets té. Fabre's landgenoot Axel Vervoordt (kunsthandelaar) zag het ook wel zitten om de setting van een oud palazzo - het fameuze Palazzo Fortuny - te gebruiken voor een uitstalling van zijn waar: schilderijen van 20ste eeuwse meesters, oude beelden, wonderkamer-artefacten, eigentijdse kunst, oude schilderijen en niet-westerse objecten. Een ratjetoe, maar wel een vrolijke ratjetoe in een duizelig-makende opstelling. Dat zijn het soort exposities waar mensen van gaan fluisteren: die móét je gezien hebben… Oekraïne is overigens ook zo'n geval. De expo van Vervoordt ligt ook heel handig dicht bij Fabre, die op zich al een aanrader is.

Damian Hirst had eveneens een eigen presentatie. Van de dood verschuift zijn aandacht steeds meer naar religie (waar de dood niet ver uit weg is). In een iets (te veel) esthetische presentatie presenteert hij een aantal archetypische objecten: het kruis, de schedel (vanitas-motief bij uitstek), het doorboorde hart (in dit geval met scheermesjes en injectiespuiten) en een uitvergrote, marmeren paracetemol-pil. De objecten hebben een eigen schoonheid en dus beeldende kracht, maar zijn diagrammen vol ingewikkelde pillen-structuren (metaforen voor de apostelen) zijn toch echt te gelikt.
Ook Thomas Demand had een solo: bij Fondazione Prada op het eilandje van de Santa Maria Magiorre (ideaal idyllisch gelegen récht tegenover het Dogenpaleis). Zijn fotografische registraties van uit papier opgebouwde werelden kennen we nu wel. Spectaculairder is een enorme maquette van een grot, gebouwd met karton. Een waanzinnige 'stageset'. Speciaal is dat Demand zijn research voor de grot bij de installatie toont. Vooral heel veel ansichtkaarten, maar ook boeken en andersoortige plaatjes. Een mooi project.

Kunstenaars trekken in tijdelijke ruimtes tijdens de Biënnale, maar ook de musea in Venetië pikken gedurende het evenement graag hun moment. De Fondazione Bevilacqua had Richard Hamilton in petto met fotocollages cq schilderijen met vrouwelijke 'engelen', geïnspireerd op werk van beroemde kunstenaars. Geen goed werk. Te anekdotisch en veel te bedacht.
Museo Correr pakte wel goed uit met een solo van de 'oude' Italiaanse transavantgardist Enzo Cucchi. Een zeer goede selectie, die weer even laat zien dat deze expressief/figuratieve schilderkunst zo'n dertig jaar geleden toch wel heel erg vitaal was.
Waar veel mensen naar uitkeken was de collectie Pinault in het Palazzo Grassi. Deze Franse verzamelaar - eigenaar van Christie's en een zwik luxe kledingmerken en parfumlijnen - is min of meer weggepest uit zijn eigen Parijs en streek neer in Venetië. Met een absoluut prachtige collectie, al is die deels wel met 'de oren' gekocht (who's hot and who's not, I'll buy who's hot). Toch mag het er zijn: installaties van Urs Fischer, Mike Kelly en Rudolf Stingel die buitengewoon overtuigden. Pinault koopt vast weer van alles tijdens de Biënnale, maar dit soort kwaliteit zag je in bijvoorbeeld de Arsenale veel te weinig. Helaas hangt er niet een heel fijn sfeertje in het museum, met vrij lomp en bot personeel dat je met zulke argusogen bekijkt - U mag niet fotograferen! - dat het zelfs wat intimiderend is.

Loop je dan zo door de stad van locatie naar locatie, dan kom je tijdens de openingsdagen ook nog speciale happenings tegen, zoals een performance van Vanessa Beecroft op de visafslag bij de Rialto-brug. 'Save Darfur' was de heldere titel. We zagen zwart geschminkte modellen die in 'bloed' lagen, als 'aangespoelde zeehondjes', zoals een collega het uitdrukte. Het wachten is op de foto's van VB.

En dan is er uiteraard feest. Zeker de Belgen weten wel hoe je dat aan moet pakken. In een Beach Club op het Lido had Jan Fabre geregeld dat de Belgische band Zita Swoon zou spelen. Dat was buitengewoon wervelend en intens. En zéker wervelender dan de chaotische DJ die daarna achter de draaitafel plaats mocht nemen.
Uiteindelijk klonk tenslotte in het holst van de nacht 'This is the end…'. Een metaforisch einde, voor een mooi feest en het tweejaarlijkse openingsbezoek aan de Biënnale van Venetië. Op naar Zürich!


Jan Fabre Juergen Teller @ Paviljoen Oekraïne MarkTitchner @ Paviljoen Oekraïne
     
Merlin James Richard Deacon Pinault
     
Urs Fischer & Ugo Rondinone_@_San_Stae Vanessa Beecroft Vanessa_Beecroft_in_action
     
     

 

 

Tekst en foto's : Robbert Roos